Mijn verjaardagskadootje: Ohe libelle…

Tags

, , , , ,

1001.f.11.(3)-001

Bron: British Library, U.K.

Enkele jaren geleden schreef ik over de vertalingen die onze gemeenschappelijke voorvader (Johannes) Jacobus Slaterus maakte uit het Latijn van de Aesopische fabels. Ik kende de negen vertalingen, die in de “Boekzaal der Geleerde Weerelt” in 1718 en 1719 waren verschenen. Ook wist ik dat er een boekje van zijn hand bewaard werd in de British Library in Londen.

Omdat het nu ook daar mogelijk is via internet scans te bestellen, heb ik in november een aanvraag gedaan. Ik besloot om dit werkje als verjaardagskadootje voor mezef te bestellen. En warempel, binnen drie weken, net voor mijn verjaardag,  kon ik maar liefst 28 scans downloaden. Tot mijn grote verrassing betrof het heel ander werk dan dat wat eerder in de Boekzaal was gepubliceerd.

Het bestond uit twee aparte werken over hetzelfde onderwerp: als voorbeeld van zijn aanpak bespreekt Slaterus fabel 16 uit het 5e boek.

Het eerste werk heeft een heel lange titel die maar liefst een hele pagina beslaat. Vrij vertaald komt het hier op neer dat Slaterus een nieuwe methode introduceert waarmee hij de filosofische moraal van de Aesopische fabels van Phaedrus (“de door Augustus vrij gelatene slaaf”) wil uitleggen.

Wat direct in het oog springt is het C.V. van Slaterus:

Joh[annes] Jac[obus] Slaterus, Zwitser uit Zürich, in zijn vaderland kandidaat predikant, onlangs in Zutphen professor in de Geschiedenis en Welsprekendheid, als mede conrector van de [Latijnse] scholen, en nu dan rector der [Latijnse] scholen, die, als het God het wil, opnieuw bloeien in Kampen

Aan bescheidenheid geen gebrek! Maar we moeten dit wel in de context van die tijd beoordelen. Zulke gepimpte titelbladen, gevolgd door allerlei lofuitingen van bevriende collega-wetenschappers, predikanten en bestuurders was heel normaal.

Ook het begin is heel apart: ‘Ohe libelle’. Wat zoiets betekent als ‘Hé, een boekje!’ Het klinkt als een aansporing om de lezer uit te dagen de rest te lezen. En dat valt niet mee: het is bijna in het geheel in het latijn, wat toen de gebruikelijke voertaal was op veel scholen en de wetenschappelijke wereld. Slaterus kende blijkbaar zijn klassiekers, wat de zinsnede ‘ohe libelle’ komen we tegen in een bekend epigram van Martialis:

Ohe, iam satis est, ohe, libelle, [etc.]

Dit betekent: Ho, het is genoeg, ho, een boekje,…. ‘Ohe’ is een uitroep die om aandacht of tot stoppen vraagt. Blijkbaar gebruikte Slaterus dit als een marketingtrucje!

Het eerste werk bevat 22 pagina’s en is gedateerd 1712 middels het chronogram. Het is op risico van de schrijver (‘periculo auctoris’) uitgegeven bij Joh. Steenberge.

Ik heb nog niet alle tekst kunnen vertalen en plaatsen. Wel is duidelijk dat Slaterus zijn aanmerkingen niet, zoals gebruikelijk was, baseert op andere klassieke schrijvers, maar vooral op fragmenten uit de bijbel. Ik kom in een later stuk terug op de inhoud van zijn geschriften.

Het tweede werk is een stuk beknopter en omvat 8 pagina’s. He bevat geen herleidbare datering, maar is van latere datum. Ok deze is op eigen risico uitgegeven, ditmaal bij Dan. Oostendorp.

Wat in deze uitgave gelijk opvalt, is dat hij dit werk opdraagt aan zijn ‘consobrino’ (in dit geval achterneef) Johan Conrad Wirz, kandidaat predikant in Zürich. Blijkbaar had hij nog contact met de familie in Zwitserland!

Advertenties