Tags

, , ,

Op vrijdag 10 juni 1938 promoveerde Adrianus Jan Bemolt van Loghum Slaterus op zijn proefschrift over “Het klooster Frenswegen“. Bijzonder is dat zijn dissertatie werd uitgegeven door de uitgeverij die zijn vader, de oud-Doopsgezind predikant Anne Jans van Loghum Slaterus, in 1918 had opgericht.

Het proefschrift werd onder andere gerecenseerd in het Algemeen Handelsblad van 1 augustus van dat jaar:

„Het klooster Frenswegen”.

Bij Van  Loghum Slaterus Uitg. Mij. N.V. te Arnhem is verschenen: „Het Klooster Frenswegen”, door dr. A. J. Bemolt van Loghum Slaterus, die 10 Juni jl. op dit academische proefschrift te Amsterdam is gepromoveerd tot doctor in de letteren en wijsbegeerte.

Frenswegen bij Nordhorn in het graafschap Bentheim was eens een van de voornaamste kloosters in den geest van de moderne devotie: het streven naar dieper vroomheid en strenger zedelijkheid. De schrijver  onderscheidt stroomingen, leidende tot het stichten van de Fraterhuizen en van de kloosters en ten slotte de strooming, die zich in de samenleving heeft laten gelden. Het klooster te Windesheim is het middelpunt van de bekende kloostervereeniging. Frenswegen behoorde daartoe.

De schrijver behandelt achtereenvolgens de stichting van Frenswegen tot de inlijving bij Windesheim, het bloeitijdperk, het verval en den ondergang. Het klooster viel in 1809 ten offer aan saecularisatie onder de regeering van graaf Ludwig II van Bentheim. Dit was het einde van de eens zoo bloeiende Windesheimer congregatie.

De verdreven paters namen een deel van de boeken mede. De kloostergebouwen geraakten in verval. Wat niet werd meegenomen of gestolen (de beste boeken en handschriften) dreigde weg te rotten en door mot te worden verteerd. In 1838 verkocht de vorst van Bentheim nog een groot gedeelte van de kloosterbibliotheek. Blijkens den door ds. Molhuisen (later archivaris te Kampen) bewerkten catalogus voor deze veiling bevond zich daarbij niet een voor de geschiedenis van het klooster belangrijk handschrift uit de tweede helft van de 15de eeuw. De bibliothecaris van de Utrechtsche Universiteitsbibliotheek, dr. Hulshof, heeft het in 1924 teruggevonden en voor de bibliotheek gekocht. In bijlage II bij de dissertatie is van het gedeelte van het handschrift, dat op de geschiedenis van het klooster betrekking heeft, de inhoud weergegeven. Wat er aan boeken en manuscripten nog over was is in de jaren 1863—’67 naar Steinfurth overgebracht, in 1874 gaf de vorst van Bentheim—Steinfurth deze collectie, die nog handschriften bevatte met miniaturen en zeldzame wiegedrukken, ten geschenke aan de universiteit van Straatsburg, waar ze thans nog zijn. In 1871 hebben de oude kloostergebouwen huisvesting verleend aan Fransche krijgsgevangenen; de kloosterkerk werd voor de katholieke godsdienstoefening in orde gebracht. Een brand vernielde eenige jaren later het dak van den zuidervleugel. In 1881 werden toren en kerk door het vuur van den bliksem vernietigd.

Advertenties